Habitatmapping: foerageren van overwinterende watervogels op de slikken van de Zeeschelde: Eerstelijnsanalyse van voorkomen en foerageergedrag van eenden in gebieden met verschillende waterdynamiek

    Research output: Book/ReportReports of Research Institute for Nature and Forest

    304 Downloads (Pure)

    Abstract

    Samenvatting
    Het Schelde-estuarium is een belangrijk overwinteringsgebied voor watervogels. De ruimtelijke en temporele patronen van de soorten zijn goed gekend en worden jaarlijks gerapporteerd in het kader van de lopende monitoring. Er is echter een beperkte kennis over welke habitatkarakteristieken bepalend zijn om een gebied geschikt te maken als foerageergebied. Met dit eerste verkennend onderzoek willen we het foerageergedrag van vogels in kaart brengen in relatie tot een selectie van habitatkarakteristieken van slikplaten. Het onderzoek kadert in het project Habitatmapping dat tot doel heeft om ecologisch relevante ecotopen te definiëren. Ecologisch betekenisvolle ecotopen zijn zinvolle communicatie-eenheden voor ecosysteembeheer en –beleid. Ze faciliteren gekwantificeerde beleidsevaluaties en kunnen ingezet worden als hulpmiddel om voorspelde effecten van geplande beheeringrepen te begroten.
    In december 2014 - januari 2015 en december 2015, werden vanop een schip watervogels geobserveerd op acht slikplaten, waarvan vier in de brakke zone (mesohalien) en vier in de zoetere zone (zwak brak tot zoet met lange verblijftijd). In elk focusgebied werden per vogelsoort aantallen, gedrag en afstand tot de waterlijn geregistreerd.
    Op de slikplaten in de zoete zone domineren eenden, met de hoogste aantallen voor wilde eend en wintertaling. In de brakke zone domineren steltlopers en meeuwen. 25% van de waargenomen eenden waren aan het foerageren, hoofdzakelijk dicht bij de waterlijn en in de zone laag op het vrijliggende slik. In tegenstelling tot het verwachtingspatroon was het aantal foeragerende eenden in eerder hoogdynamische gebieden (met overwegend hoge stroomsnelheden) niet lager dan in eerder laagdynamische gebieden (met overwegend lagere stroomsnelheden). De verwachting is immers dat eerder laagdynamische gebieden een hogere densiteit aan ongewervelde bodemdieren als voedselorganismen herbergen. De gegevens suggereren wel dat in eerder laagdynamische gebieden vooral gefoerageerd wordt bij opkomend tij terwijl het foerageren in eerder hoogdynamische gebieden zowel bij afgaand als bij opkomend tij gebeurt.
    Voorliggend rapport is een weerslag van een eerste verkennende verwerking waarin ecotopen voor watervogels nog niet gedefinieerd worden. In de discussie worden een aantal nader te onderzoeken hypothesen geformuleerd. In een volgende fase willen we ter ondersteuning van die hypothesen extra variabelen onderzoeken en meer rechtstreeks onderzoeken of het foerageergedrag van watervogels gestuurd wordt door de samenstelling van de bodemdiergemeenschappen. Hiertoe werden macrobenthosstalen genomen in de telzones na de periode van vogelobservaties. Deze zullen helpen om de habitatkenmerken te definiëren die de winterse bodemdiergemeenschappen bepalen. Met de resultaten kunnen we voor foeragerende vogels interessante benthische ecotopen afbakenen. Inzicht in de link vogels - benthos zal ons ook een beter begrip van het functioneren van het voedselweb in de Zeeschelde bijbrengen.
    Original languageDutch
    PublisherInstituut voor Natuur- en Bosonderzoek
    Number of pages48
    DOIs
    Publication statusPublished - 2017

    Publication series

    NameRapporten van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek
    No.36

    Thematic list

    • Coast and estuaries
    • Species and biotopes

    Cite this