In dit rapport wordt een verkennend onderzoek gedaan naar de keverdiversiteit in holle bomen. Het onderzoek gebeurt aan de hand van pit falls en feromen van twee soorten die vaak als biodiversiteitsindicatoren worden gebruikt. In totaal werden 161 keversoorten en 8 mierensoorten gedetermineerd waarvan 77 saproxyle kevers. 23 soorten (allemaal saproxyl) staan op de Duitse rode lijst (Geiser 1998). Crepidophorus mutilatus werd als nieuwe soort gevonden voor de Belgische fauna. Gnorimus variabilis werd herondekt voor het eerst sinds 1932. De eerste indicatorsoort, Juchtleerkever, werd niet gevonden maar de Roestbruine kniptor werd gevonden in maar liefst 13 van de 16 onderzoeksgebieden. Dit rapport geeft ten slotte een aantal algemene en gebiedsspeciefieke aanbevelingen voor het beheer.
| Oorspronkelijke taal | Nederlands |
|---|
| Naam | Rapporten van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek |
|---|
| Nr. | INBO.R.2014.1539365 |
|---|
- bladsprietkevers (Scaraboidea)
- Osmoderma eremita
- Gnorimus variabilis
- kniptorren (Elateridae)
- Elater ferrugineus
- Crepidophorus mutilatus
- xylobionte kevers
- soortgericht natuurbeheer
- plattelandsbeleid
- knotbomen
- hoogstamboomgaarden
- natuurbeheer
- Natura 2000
- Osmoderma eremita
- detectietechnologie
- feromoonvallen
- pit falls
- Voeren
- holle bomen
- saproxyle kevers