Ontwikkeling van criteria voor de beoordeling van de lokale staat van instandhouding van de habitatrichtlijnsoorten

    Onderzoeksoutput: Boek/rapportRapporten van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek

    1809 Downloads (Pure)

    Uittreksel

    De Habitat- en Vogelrichtlijn vormen samen de hoeksteen van het Europese natuurbeleid. Dit werd opgebouwd rond twee pijlers: enerzijds het Natura 2000 netwerk van beschermde gebieden en anderzijds het strikte systeem van soortbescherming. Voor elke Speciale Beschermingszone moeten de lidstaten tegen 2010 instandhoudingdoelstellingen (IHD`s) formuleren, en dient er gestreefd te worden naar een gunstige staat van instandhouding van de habitattypen en soorten. Om aan deze verplichting tegemoet te komen heeft Vlaanderen beslist eerst gewestelijke instandhoudingdoelstellingen op te maken voor heel Vlaanderen en die vervolgens te vertalen naar de afzonderlijke Speciale Beschermingszones. Dit zal gebeuren voor zowel de habitatrichtlijn- als de vogelrichtlijngebieden.

    In dit rapport wordt aan de hand van een reeks criteria en indicatoren beschreven wat verstaan wordt onder een gunstige staat van instandhouding voor elk van de 47 soorten van de bijlagen II en IV van de Habitatrichtlijn die in Vlaanderen aanwezig zijn. Zowel de toestand van een populatie als de kwaliteit van de leefomgeving kunnen aan de hand van de indicatoren getoetst worden aan weloverwogen drempelwaarden die aangeven vanaf wanneer er sprake is van een gunstige staat van instandhouding. De keuze van de indicatoren en de bijbehorende drempelwaarden in de beoordelingstabellen van dit rapport is gebaseerd op hun objectiviteit (nationale en internationale literatuur), eenduidigheid, praktische bruik- en meetbaarheid en de volledigheid waarmee ze de ecologie van de soorten beschrijven. Ook hun relevantie voor Vlaanderen werd in rekening gebracht.

    Het doel van dit rapport is eerst en vooral een instrument aan te reiken om de lokale staat van instandhouding van de soorten in de Speciale Beschermingszones te evalueren. Met die kennis kunnen in een volgende stap per gebied de instandhoudingdoelstellingen opgesteld worden, rekening houdend met de streefdoelen die op niveau Vlaanderen van kracht zijn (zie ontwerprapport gewestelijke instandhoudingdoelstellingen). Uiteindelijk kunnen deze instandhoudingdoelstellingen dan, met de informatie uit onderliggend rapport, ook concreet vertaald worden naar instandhoudingmaatregelen die nodig zijn om de lokale populaties te herstellen, te versterken en te beheren. Dit rapport kan tevens een aanzet geven tot een monitoringmethodiek voor elk van de soorten. Elke lidstaat is immers verplicht om op zesjaarlijkse basis te rapporteren over de evolutie van de staat van instandhouding.

    Dit rapport is dan ook een belangrijke schakel in heel het proces dat moet leiden tot een waardevol netwerk van natuurgebieden waarin soorten duurzaam kunnen leven, in Vlaanderen en Europa.

    TaalNederlands
    UitgeverijInstituut voor Natuur- en Bosonderzoek
    Aantal pagina's217
    StatusGepubliceerd - 2008

    Publicatie series

    NaamRapporten van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek
    UitgeverijInstituut voor Natuur- en Bosonderzoek: Brussel
    Nr.INBO.R.2008.35

    Thematische lijst

    • Soorten en biotopen
    • Natura 2000 en instandhoudingsdoelen
    • Soorten en habitats

    EWI Biomedische wetenschappen

    • B003-ecologie

    Dit citeren