Vlaanderen.be

Research output

Berekening van het ontsnappingspercentage van zilverpaling ten behoeve van de 2015 rapportage voor de palingverordening

Research output: Book/ReportReports of Research Institute for Nature and ForestResearch

Authors

Details

Original languageDutch
PublisherInstituut voor Natuur- en Bosonderzoek
Number of pages67
Publication statusPublished - 30-Jun-2015

Publication series

NameRapporten van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek
No.INBO.R.2015.9679951

Abstract

De EU Palingverordening gebiedt om driejaarlijks te rapporteren over de effectieve migratie van zilverpaling vanuit de palingbeheerseenheden van de Maas en van de Schelde. Dit rapport levert de wetenschappelijke onderbouwing van de cijfers nodig voor de rapportage 2015.
Eerder dan te kiezen voor de technisch complexe opvolging en monitoring van de effectieve aantallen uittrekkende zilverpaling, opteerde Vlaanderen om de migratie van zilverpaling te bepalen op basis van modelberekeningen. Hierbij wordt, per stratum Riviertype * Bekken, het totale aantal gele palingen berekend op basis van de geschatte densiteit van gele paling en de oppervlakte van waterlopen in het palingbeheerplan, waarbij gecorrigeerd wordt voor verschillende factoren van natuurlijke en antropogene mortaliteit. De data worden aangeleverd door het Meetnet Zoetwatervis.
Recentere en vollediger GIS-lagen lieten ons toe om een accuratere berekening te maken van de oppervlaktes van de waters van het palingbeheerplan.
Het rekenmodel is gebaseerd op data verzameld tussen 1 januari 2011 en 31 december 2014. Het Meetnet werd in 2013 gereviseerd ten behoeve van de Europese Kaderrichtlijn Water en de Habitatrichtlijn. Dit had als gevolg dat in vergelijking tot de vorige rapportage, de beschikbare dataset veel kleiner is (kleinere steekproefgrootte en grotere variabiliteit), met voor bepaalde strata weinig representatief resultaat. Bovendien blijven er problemen bij de schattingen van tijgebonden waters, waar geen geschikte methodologie beschikbaar is. Ook plassen en meren blijven onderbemonsterd.
De methode voor de berekening van het ontsnappingspercentage werd aangepast in vergelijking met de methode die in een eerdere rapportage gebruikt werd (Stevens en Coeck, 2013), rekening houdend met eerdere aanbevelingen (Stevens et al., 2013). Het huidige model gebruikt nu een meer realistische schatting van de geslachtsverhouding. Het model houdt rekening met mortaliteiten door aalscholverspredatie, visserij en effecten van pompgemalen en turbines. Predatie en sportvisserij werden op een enigszins andere manier in het rekenmodel ingepast.
De invloed van verschillende verdelingspatronen in functie van rivierbreedte werd nagegaan via een exploratieve analyse. De keuze van het scenario voor de correctie van de rivierbreedte in het rekenmodel blijkt van grote invloed op het eindresultaat, wat de noodzaak voor een empirische studie aangeeft.
Via modellering werd nagegaan welke habitat- en waterkwaliteitsvariabelen het meest de palingdensiteiten beïnvloedt. Naast riviertype, zijn zuurstof en oeverstructuur de meest verklarende variabelen. Bij voldoende databeschikbaarheid zou dit ook voor de niet-bemonsterde waterlopen meer gefundeerde uitspraken over palingdensiteiten moeten mogelijk maken.
De nieuwe cijfers wijzen duidelijk op een verlaging van de stocks en de zilverpalingontsnapping tijdens deze rapportageperiode in vergelijking met de vorige. Met een Bcurrent/B0 van 11% zijn we verder verwijderd van de doelstellingen dan tijdens de vorige rapportageperiode. De huidige lage bestanden zijn mogelijk het gevolg van de lage rekrutering zo ’n 5-10 jaar terug.
Anderzijds is het mogelijk dat het resultaat ook beïnvloed werd door verschillen in meetstrategie, datakwaliteit en analysemethode. Het aanbevolen en noodzakelijke veldonderzoek zoals beschreven in Stevens et al. (2013) werd sedert vorige rapportageperiode niet uitgevoerd, daarom lijden de gerapporteerde productiecijfers ook voor deze rapportage 2015 aan een gebrek aan onderbouwing. Bovendien zijn als gevolg van de heroriëntering van de vismonitoring in het kader van de KRW significant minder data beschikbaar dan voor vorige rapportage, wat de kwaliteit van de rapportage ondermijnt. Ook werden een aantal andere aanbevelingen geformuleerd.
Ten slotte werd in dit project een belangrijke stap gezet naar de optimalisatie van toekomstige rapportages door het ontwikkelen van een aangepaste module van databankbevraging. Tevens werd het rekenmodel geprogrammeerd in een R script, wat volgende rapportages in sterke mate zal faciliteren.

EWI Biomedical sciences

Geographic list

Free keywords

Research output (related by authors)
Projects (related by authors)
Shopping cart
Add to cart Saved citations

Copy the text from this field...

Relations
View graph of relations