Vlaanderen.be

Research output

Proefproject rond bejaging en bestrijding van houtduiven in West-Vlaanderen

Research output: Book/ReportReports of Research Institute for Nature and ForestResearch

Standard

Proefproject rond bejaging en bestrijding van houtduiven in West-Vlaanderen. / Huysentruyt, Frank; Simoens, Ilse; Verschelde, Pieter; Van Herzele, Ann; Turkelboom, Francis; Casaer, Jim.

Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, 2015. 76 p. (Rapporten van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek; No. INBO.R.2015.8749919).

Research output: Book/ReportReports of Research Institute for Nature and ForestResearch

Harvard

Huysentruyt, F, Simoens, I, Verschelde, P, Van Herzele, A, Turkelboom, F & Casaer, J 2015, Proefproject rond bejaging en bestrijding van houtduiven in West-Vlaanderen. Rapporten van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, no. INBO.R.2015.8749919, Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek.

APA

Huysentruyt, F., Simoens, I., Verschelde, P., Van Herzele, A., Turkelboom, F., & Casaer, J. (2015). Proefproject rond bejaging en bestrijding van houtduiven in West-Vlaanderen. (Rapporten van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek; No. INBO.R.2015.8749919). Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek.

Author

Huysentruyt, Frank ; Simoens, Ilse ; Verschelde, Pieter ; Van Herzele, Ann ; Turkelboom, Francis ; Casaer, Jim. / Proefproject rond bejaging en bestrijding van houtduiven in West-Vlaanderen. Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, 2015. 76 p. (Rapporten van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek; INBO.R.2015.8749919).

Bibtex

@book{8f8d8692465f40569c3c71462d3669a6,
title = "Proefproject rond bejaging en bestrijding van houtduiven in West-Vlaanderen",
abstract = "Om tegemoet te komen aan de vraag naar een meer gericht houtduivenbeheer in het kader van schadebeperking in de West-Vlaamse landbouw zette INBO, in samenwerking met de Provincie West-Vlaanderen, de West-Vlaamse WBE’s, het Agentschap Natuur en Bos en Boerenbond in 2011 een proefproject op. Hierin werd nagegaan wat de effecten waren van een verlenging van de houtduifjacht tot eind maart en van een versoepeling van de voorwaarden gekoppeld aan bijzondere bejaging. Het onderzoek spitste zich zowel toe op populatiedynamische, jachttechnische als op sociologische aspecten. Dit laatste om naast de impact op de populatie houtduiven zelf, ook te peilen naar de tevredenheid van de maatregelen bij zowel jagers als landbouwers.Het project werd uitgevoerd in drie West-Vlaamse WBE’s. Twee bijkomende WBE’s dienden als referentie voor het populatiedynamisch en jachttechnish luik. Om de impact van de jacht en de bijzondere bejaging te evalueren, werden een aantal populatiedynamische parameters opgevolgd via tellingen, kadaveronderzoek en via de analyse van jachtgegevens. Voor het sociologisch luik werden bij het begin en op het einde van het project diepte-interviews afgenomen van jagers en landbouwers uit het testgebied. Op die manier werd de evolutie in de tevredenheid ge{\"e}valueerd.Tellingen gaven aan dat het aantal houtduiven in de broedpopulatie niet verder is toegenomen in de regio. Wel bleken er sterke jaarlijkse schommelingen op te treden.De jachtgegevens toonden een duidelijk verhoogd zomerafschot in de test-WBE’s als gevolg van een combinatie van een verhoging van het aantal gepresteerde uren en de mogelijkheid om effici{\"e}nter te jagen met gebruik van lokkers. Onderzoek op de geschoten houtduiven gaf aan dat de reproductie bij houtduiven in de regel eind maart – begin april begint en er in geen geval in maart al jongen op het nest aanwezig waren.Uit de DNA- en isotopenanalyses bleek dat in maart nog overwinterende duiven aanwezig waren, waarbij de schatting van het aandeel daarvan, afhankelijk van de weersomstandigheden, schommelde tussen 20 en 40{\%}.In het algemeen kan worden gesteld dat een andere manier van (bijzondere) bejaging zeker tot een hoger zomerafschot (maart tot september) kan leiden. Hierdoor richt het beheer zich meer op de lokale populatie en draagt het zo beter bij aan het schadebeheer. Niet alleen neemt de (bijzondere) bejaging in het proefgebied toe, ook het afschot in maart is aanzienlijk en de winter/zomer afschotratio verschuift ten gunste van het zomerafschot.Voornamelijk bij de jagers bestaat de indruk dat er door de versoepeling van de randvoorwaarden en administratieve regels sneller en doeltreffender kan gereageerd worden op de vraag tot ingrijpen van de landbouwers.Het project maakt ook duidelijk dat er zeker naar de landbouwers op het terrein toe verder dient gezocht te worden naar kanalen om informatie te laten doorstromen over de mogelijkheden om op een doeltreffende manier aan schadepreventie en schadebeheer te kunnen doen in samenwerking met de jagers en wildbeheereenheden. De noodzaak aan een doelgerichte en onderbouwde communicatie naar de verschillende betrokken doelgroepen als een deelaspect van een degelijk faunabeheer wordt hierdoor ge{\"i}llustreerd.Algemeen kan men stellen dat de jagers en landbouwers tevreden zijn over het project. Bij jagers gaat de opinie voor de voorgestelde maatregelen van gemengd tot zeer positief. Jagers en landbouwers veronderstellen wel dat de ge{\"e}valueerde aanpassingen aan de bijzondere bejaging in de toekomst ook verder mogelijk zullen worden.",
author = "Frank Huysentruyt and Ilse Simoens and Pieter Verschelde and {Van Herzele}, Ann and Francis Turkelboom and Jim Casaer",
year = "2015",
language = "Nederlands",
series = "Rapporten van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek",
publisher = "Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek",
number = "INBO.R.2015.8749919",
address = "Belgi{\"e}",

}

RIS

TY - BOOK

T1 - Proefproject rond bejaging en bestrijding van houtduiven in West-Vlaanderen

AU - Huysentruyt, Frank

AU - Simoens, Ilse

AU - Verschelde, Pieter

AU - Van Herzele, Ann

AU - Turkelboom, Francis

AU - Casaer, Jim

PY - 2015

Y1 - 2015

N2 - Om tegemoet te komen aan de vraag naar een meer gericht houtduivenbeheer in het kader van schadebeperking in de West-Vlaamse landbouw zette INBO, in samenwerking met de Provincie West-Vlaanderen, de West-Vlaamse WBE’s, het Agentschap Natuur en Bos en Boerenbond in 2011 een proefproject op. Hierin werd nagegaan wat de effecten waren van een verlenging van de houtduifjacht tot eind maart en van een versoepeling van de voorwaarden gekoppeld aan bijzondere bejaging. Het onderzoek spitste zich zowel toe op populatiedynamische, jachttechnische als op sociologische aspecten. Dit laatste om naast de impact op de populatie houtduiven zelf, ook te peilen naar de tevredenheid van de maatregelen bij zowel jagers als landbouwers.Het project werd uitgevoerd in drie West-Vlaamse WBE’s. Twee bijkomende WBE’s dienden als referentie voor het populatiedynamisch en jachttechnish luik. Om de impact van de jacht en de bijzondere bejaging te evalueren, werden een aantal populatiedynamische parameters opgevolgd via tellingen, kadaveronderzoek en via de analyse van jachtgegevens. Voor het sociologisch luik werden bij het begin en op het einde van het project diepte-interviews afgenomen van jagers en landbouwers uit het testgebied. Op die manier werd de evolutie in de tevredenheid geëvalueerd.Tellingen gaven aan dat het aantal houtduiven in de broedpopulatie niet verder is toegenomen in de regio. Wel bleken er sterke jaarlijkse schommelingen op te treden.De jachtgegevens toonden een duidelijk verhoogd zomerafschot in de test-WBE’s als gevolg van een combinatie van een verhoging van het aantal gepresteerde uren en de mogelijkheid om efficiënter te jagen met gebruik van lokkers. Onderzoek op de geschoten houtduiven gaf aan dat de reproductie bij houtduiven in de regel eind maart – begin april begint en er in geen geval in maart al jongen op het nest aanwezig waren.Uit de DNA- en isotopenanalyses bleek dat in maart nog overwinterende duiven aanwezig waren, waarbij de schatting van het aandeel daarvan, afhankelijk van de weersomstandigheden, schommelde tussen 20 en 40%.In het algemeen kan worden gesteld dat een andere manier van (bijzondere) bejaging zeker tot een hoger zomerafschot (maart tot september) kan leiden. Hierdoor richt het beheer zich meer op de lokale populatie en draagt het zo beter bij aan het schadebeheer. Niet alleen neemt de (bijzondere) bejaging in het proefgebied toe, ook het afschot in maart is aanzienlijk en de winter/zomer afschotratio verschuift ten gunste van het zomerafschot.Voornamelijk bij de jagers bestaat de indruk dat er door de versoepeling van de randvoorwaarden en administratieve regels sneller en doeltreffender kan gereageerd worden op de vraag tot ingrijpen van de landbouwers.Het project maakt ook duidelijk dat er zeker naar de landbouwers op het terrein toe verder dient gezocht te worden naar kanalen om informatie te laten doorstromen over de mogelijkheden om op een doeltreffende manier aan schadepreventie en schadebeheer te kunnen doen in samenwerking met de jagers en wildbeheereenheden. De noodzaak aan een doelgerichte en onderbouwde communicatie naar de verschillende betrokken doelgroepen als een deelaspect van een degelijk faunabeheer wordt hierdoor geïllustreerd.Algemeen kan men stellen dat de jagers en landbouwers tevreden zijn over het project. Bij jagers gaat de opinie voor de voorgestelde maatregelen van gemengd tot zeer positief. Jagers en landbouwers veronderstellen wel dat de geëvalueerde aanpassingen aan de bijzondere bejaging in de toekomst ook verder mogelijk zullen worden.

AB - Om tegemoet te komen aan de vraag naar een meer gericht houtduivenbeheer in het kader van schadebeperking in de West-Vlaamse landbouw zette INBO, in samenwerking met de Provincie West-Vlaanderen, de West-Vlaamse WBE’s, het Agentschap Natuur en Bos en Boerenbond in 2011 een proefproject op. Hierin werd nagegaan wat de effecten waren van een verlenging van de houtduifjacht tot eind maart en van een versoepeling van de voorwaarden gekoppeld aan bijzondere bejaging. Het onderzoek spitste zich zowel toe op populatiedynamische, jachttechnische als op sociologische aspecten. Dit laatste om naast de impact op de populatie houtduiven zelf, ook te peilen naar de tevredenheid van de maatregelen bij zowel jagers als landbouwers.Het project werd uitgevoerd in drie West-Vlaamse WBE’s. Twee bijkomende WBE’s dienden als referentie voor het populatiedynamisch en jachttechnish luik. Om de impact van de jacht en de bijzondere bejaging te evalueren, werden een aantal populatiedynamische parameters opgevolgd via tellingen, kadaveronderzoek en via de analyse van jachtgegevens. Voor het sociologisch luik werden bij het begin en op het einde van het project diepte-interviews afgenomen van jagers en landbouwers uit het testgebied. Op die manier werd de evolutie in de tevredenheid geëvalueerd.Tellingen gaven aan dat het aantal houtduiven in de broedpopulatie niet verder is toegenomen in de regio. Wel bleken er sterke jaarlijkse schommelingen op te treden.De jachtgegevens toonden een duidelijk verhoogd zomerafschot in de test-WBE’s als gevolg van een combinatie van een verhoging van het aantal gepresteerde uren en de mogelijkheid om efficiënter te jagen met gebruik van lokkers. Onderzoek op de geschoten houtduiven gaf aan dat de reproductie bij houtduiven in de regel eind maart – begin april begint en er in geen geval in maart al jongen op het nest aanwezig waren.Uit de DNA- en isotopenanalyses bleek dat in maart nog overwinterende duiven aanwezig waren, waarbij de schatting van het aandeel daarvan, afhankelijk van de weersomstandigheden, schommelde tussen 20 en 40%.In het algemeen kan worden gesteld dat een andere manier van (bijzondere) bejaging zeker tot een hoger zomerafschot (maart tot september) kan leiden. Hierdoor richt het beheer zich meer op de lokale populatie en draagt het zo beter bij aan het schadebeheer. Niet alleen neemt de (bijzondere) bejaging in het proefgebied toe, ook het afschot in maart is aanzienlijk en de winter/zomer afschotratio verschuift ten gunste van het zomerafschot.Voornamelijk bij de jagers bestaat de indruk dat er door de versoepeling van de randvoorwaarden en administratieve regels sneller en doeltreffender kan gereageerd worden op de vraag tot ingrijpen van de landbouwers.Het project maakt ook duidelijk dat er zeker naar de landbouwers op het terrein toe verder dient gezocht te worden naar kanalen om informatie te laten doorstromen over de mogelijkheden om op een doeltreffende manier aan schadepreventie en schadebeheer te kunnen doen in samenwerking met de jagers en wildbeheereenheden. De noodzaak aan een doelgerichte en onderbouwde communicatie naar de verschillende betrokken doelgroepen als een deelaspect van een degelijk faunabeheer wordt hierdoor geïllustreerd.Algemeen kan men stellen dat de jagers en landbouwers tevreden zijn over het project. Bij jagers gaat de opinie voor de voorgestelde maatregelen van gemengd tot zeer positief. Jagers en landbouwers veronderstellen wel dat de geëvalueerde aanpassingen aan de bijzondere bejaging in de toekomst ook verder mogelijk zullen worden.

M3 - Rapporten van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek

T3 - Rapporten van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek

BT - Proefproject rond bejaging en bestrijding van houtduiven in West-Vlaanderen

PB - Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek

ER -

Research output (related by authors)
Projects (related by authors)
Shopping cart
Add to cart Saved citations

Copy the text from this field...

Documents

Documents

Relations
View graph of relations