Vlaanderen.be

Research output

Vaatplanten

Research output: Chapter in Book/Report/Conference proceedingContribution to Communications of Research Institute for Nature and Forest

Standard

Vaatplanten. / Van Landuyt, Wouter; Provoost, Sam; Leten, M; Ameeuw, Griet; Rappé, G.

Levende duinen: een overzicht van de biodiversiteit aan de Vlaamse kust. 2004.

Research output: Chapter in Book/Report/Conference proceedingContribution to Communications of Research Institute for Nature and Forest

Harvard

Van Landuyt, W, Provoost, S, Leten, M, Ameeuw, G & Rappé, G 2004, Vaatplanten. in Levende duinen: een overzicht van de biodiversiteit aan de Vlaamse kust.

APA

Van Landuyt, W., Provoost, S., Leten, M., Ameeuw, G., & Rappé, G. (2004). Vaatplanten. In Levende duinen: een overzicht van de biodiversiteit aan de Vlaamse kust

Author

Van Landuyt, Wouter ; Provoost, Sam ; Leten, M ; Ameeuw, Griet ; Rappé, G. / Vaatplanten. Levende duinen: een overzicht van de biodiversiteit aan de Vlaamse kust. 2004.

Bibtex

@inbook{37be17dacced483fb0d796f855c10a54,
title = "Vaatplanten",
abstract = "Vaatplanten vormen een belangrijke taxonomische groep omwille van de relatief hoge soortenrijkdom en het functioneel belang binnen het ecosysteem. Globaal wordt 65 {\%} van de Vlaamse flora ook aan de kust gevonden, recent betreft het ca. 750 taxa. De gegevens wijzen op een verhoging van het soortenaantal maar gezien de sterk toegenomen inventarisatie-inspanning is deze trend niet met zekerheid aan te tonen. Wel duidelijk is de kwalitatieve verschuiving. De perioden 'voor 1940' en 'na 1972' vertonen slechts 60{\%} gelijkenis wat betreft florasamenstelling. Ruim de helft van de recent opgedoken soorten behoort niet tot de inheemse flora. Kustspecificiteit komt binnen de flora tot uiting in een hoger aantal plantensoorten aangepast aan zilte, droge, kalk- en lichtrijke standplaatsen. Duinspecifieke of -preferenti{\"e}le soorten vinden we in verschillende ecotooptypen: zilte slikken en schorren en op het hoogstrand; in dynamische duinen; in droge, kalkrijke mosduinen en graslanden; in kalkrijke struwelen en jonge duinvalleien. Droge duingraslanden vormen de soortenrijkste ecotoop en herbergen ca. 50 aandachtssoorten. Bij het merendeel van de ecotopen ligt dit aantal tussen 20 en 30. Mosduinen en stuivende duinen zijn van nature soortenarmer maar toch worden in elk een tiental aandachtssoorten gevonden. Bossen en graslanden op ontkalkte bodems zijn beduidend armer aan [aandachts]soorten dan de binnenlandse pendanten. In het sterk veranderde kustlandschap is ook de flora gewijzigd. De toename van bos- en struweelsoorten vormt de meest uitgesproken trend. In de droge kruidachtige vegetaties is vooral een verschuiving vast te stellen naar een minder kustspecifieke soortensamenstelling. Verder is een duidelijke achteruitgang vast te stellen van freatofyten en van schorrensoorten.",
author = "{Van Landuyt}, Wouter and Sam Provoost and M Leten and Griet Ameeuw and G Rapp{\'e}",
note = "Publication Authorstring : Van Landuyt, W.; Provoost, S.; Leten, M.; Ameeuw, G.; Rapp{\'e}, G. Publication RefStringPartII : <b><i>in</i></b>: Provoost, S. <i>et al.</i> (Ed.) (2004). <i>Levende duinen: een overzicht van de biodiversiteit aan de Vlaamse kust. Mededelingen van het Instituut voor Natuurbehoud,</i> 22: pp. 46-83",
year = "2004",
language = "Nederlands",
booktitle = "Levende duinen",

}

RIS

TY - CHAP

T1 - Vaatplanten

AU - Van Landuyt, Wouter

AU - Provoost, Sam

AU - Leten, M

AU - Ameeuw, Griet

AU - Rappé, G

N1 - Publication Authorstring : Van Landuyt, W.; Provoost, S.; Leten, M.; Ameeuw, G.; Rappé, G. Publication RefStringPartII : <b><i>in</i></b>: Provoost, S. <i>et al.</i> (Ed.) (2004). <i>Levende duinen: een overzicht van de biodiversiteit aan de Vlaamse kust. Mededelingen van het Instituut voor Natuurbehoud,</i> 22: pp. 46-83

PY - 2004

Y1 - 2004

N2 - Vaatplanten vormen een belangrijke taxonomische groep omwille van de relatief hoge soortenrijkdom en het functioneel belang binnen het ecosysteem. Globaal wordt 65 % van de Vlaamse flora ook aan de kust gevonden, recent betreft het ca. 750 taxa. De gegevens wijzen op een verhoging van het soortenaantal maar gezien de sterk toegenomen inventarisatie-inspanning is deze trend niet met zekerheid aan te tonen. Wel duidelijk is de kwalitatieve verschuiving. De perioden 'voor 1940' en 'na 1972' vertonen slechts 60% gelijkenis wat betreft florasamenstelling. Ruim de helft van de recent opgedoken soorten behoort niet tot de inheemse flora. Kustspecificiteit komt binnen de flora tot uiting in een hoger aantal plantensoorten aangepast aan zilte, droge, kalk- en lichtrijke standplaatsen. Duinspecifieke of -preferentiële soorten vinden we in verschillende ecotooptypen: zilte slikken en schorren en op het hoogstrand; in dynamische duinen; in droge, kalkrijke mosduinen en graslanden; in kalkrijke struwelen en jonge duinvalleien. Droge duingraslanden vormen de soortenrijkste ecotoop en herbergen ca. 50 aandachtssoorten. Bij het merendeel van de ecotopen ligt dit aantal tussen 20 en 30. Mosduinen en stuivende duinen zijn van nature soortenarmer maar toch worden in elk een tiental aandachtssoorten gevonden. Bossen en graslanden op ontkalkte bodems zijn beduidend armer aan [aandachts]soorten dan de binnenlandse pendanten. In het sterk veranderde kustlandschap is ook de flora gewijzigd. De toename van bos- en struweelsoorten vormt de meest uitgesproken trend. In de droge kruidachtige vegetaties is vooral een verschuiving vast te stellen naar een minder kustspecifieke soortensamenstelling. Verder is een duidelijke achteruitgang vast te stellen van freatofyten en van schorrensoorten.

AB - Vaatplanten vormen een belangrijke taxonomische groep omwille van de relatief hoge soortenrijkdom en het functioneel belang binnen het ecosysteem. Globaal wordt 65 % van de Vlaamse flora ook aan de kust gevonden, recent betreft het ca. 750 taxa. De gegevens wijzen op een verhoging van het soortenaantal maar gezien de sterk toegenomen inventarisatie-inspanning is deze trend niet met zekerheid aan te tonen. Wel duidelijk is de kwalitatieve verschuiving. De perioden 'voor 1940' en 'na 1972' vertonen slechts 60% gelijkenis wat betreft florasamenstelling. Ruim de helft van de recent opgedoken soorten behoort niet tot de inheemse flora. Kustspecificiteit komt binnen de flora tot uiting in een hoger aantal plantensoorten aangepast aan zilte, droge, kalk- en lichtrijke standplaatsen. Duinspecifieke of -preferentiële soorten vinden we in verschillende ecotooptypen: zilte slikken en schorren en op het hoogstrand; in dynamische duinen; in droge, kalkrijke mosduinen en graslanden; in kalkrijke struwelen en jonge duinvalleien. Droge duingraslanden vormen de soortenrijkste ecotoop en herbergen ca. 50 aandachtssoorten. Bij het merendeel van de ecotopen ligt dit aantal tussen 20 en 30. Mosduinen en stuivende duinen zijn van nature soortenarmer maar toch worden in elk een tiental aandachtssoorten gevonden. Bossen en graslanden op ontkalkte bodems zijn beduidend armer aan [aandachts]soorten dan de binnenlandse pendanten. In het sterk veranderde kustlandschap is ook de flora gewijzigd. De toename van bos- en struweelsoorten vormt de meest uitgesproken trend. In de droge kruidachtige vegetaties is vooral een verschuiving vast te stellen naar een minder kustspecifieke soortensamenstelling. Verder is een duidelijke achteruitgang vast te stellen van freatofyten en van schorrensoorten.

M3 - Bijdrage aan Mededelingen van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek

BT - Levende duinen

ER -

Research output (related by authors)
Shopping cart
Add to cart Saved citations

Copy the text from this field...

Documents

Documents

Relations
View graph of relations