Vlaanderen.be

Onderzoeksoutput

Duurzaam beheerplan - Oeverbeheer getijdennatuur Zeeschelde: schorrand en slikbeheer Boven-Zeeschelde

Onderzoeksoutput: Boek/rapportRapporten van het Instituut voor Natuur- en BosonderzoekOnderzoek

Auteurs

Details

Originele taal-2Nederlands
UitgeverijInstituut voor Natuur- en Bosonderzoek
Aantal pagina's123
StatusGepubliceerd - 2015

Publicatie series

Naam Rapporten van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek
Nr.INBO.R.2015.7206076

Abstract

Voorliggende rapportage schept een kader, geschematiseerd door een beslisboom, dat de beheerder helpt om keuzes te maken voor een passende en duurzame oeververdediging bij een onderhoudsvraag in de Boven-Zeeschelde.
In de huidige hydromorfologische context (referentiesituatie 2010) is het vaak nodig om de natuurlijke slik en schorrand te verstevigen indien er erosie wordt vastgesteld. Op heel wat locaties zou de immers smalle oeverzone op korte termijn kunnen eroderen en risico op falen van de waterkering veroorzaken. Een duurzaam oeverbeheer betekent echter ook dat maximaal de diensten van het ecosysteem worden benut, binnen de harde randvoorwaarden voor veiligheid en scheepvaart. Dit betekent bijvoorbeeld op een slimme manier gebruik maken van de erosiewerende eigenschappen die getijdennatuur onder bepaalde omstandigheden gratis en vrij van onderhoud kan bieden. Niet alleen is deze aanpak economisch voordeliger, hij komt ook de gunstige staat van instandhouding en de goede ecologische toestand ten goede.
Om deze aanpak te onderbouwen worden criteria opgesteld voor verschillende oeververdedigingstypes, gebruik makend van de erosiewerdende eigenschappen die getijdennatuur biedt. Het uitgangsprincipe voor duurzaam oeverbeheer is garantie op veiligheid, behoud van erosiegevoelige schorren en de mogelijkheid om de natuurlijke slik-schorcyclus door te laten gaan daar waar de beschikbare ruimte zich daartoe leent. De gevolgde werkwijze kiest hierbij harde oeververdediging waar het moet, zachte natuurlijke oeververdediging waar het kan. Natuurtechnische oeververdediging (NTMB-oever) biedt een tussenoplossing.
Een methodologie gebaseerd op monitoringsresultaten wordt voorgesteld om de onderhoudsnood aan de oeverzones vast te stellen en de criteria voor de keuze van het type oeververdediging op een locatie worden in een beslisboom samengebracht (zie figuur). De criteria zijn gebaseerd op oeverkarakteristieken van de voorkomende oeververdedigingstypes en hun stabiliteit of toestand in de Boven-Zeeschelde. Zo werd een een kritische schorbreedte om aan de veiligheidsprincipes te voldoen binnen de huidige monitoringscontext vastgesteld (15m). Er werd onderzocht wat de huidige morfologische kenmerken zijn voor de breuksteenzones, natuurtechnische oevers en de onverdedigde oevers. Hieruit werden criteria voor breedte en helling afgeleid. De keuze voor NTMB-oever wordt verder ondersteund door te toetsen aan een erosierisico index (ERI).
De criteria van de beslisboom werden geïmplementeerd in een geografisch informatie systeem model (ArcGis) waardoor er per oeversectie van 50m voor de volledige Boven-Zeeschelde een advies kon gegeven worden over het preferentiële oeververdedigingstype na het vaststellen van een onderhoudsnood.
In grote lijnen weerspiegelt het oeververdedigingsadvies de huidige hydromorfologische context van de Boven-Zeeschelde. De smallere stroomopwaartse zones met verhoudingsgewijs bredere vaargeul tegenover de rivierbreedte zijn doorgaans te smal voor natuurtechnische of natuurlijke oeverzones en vereisen bij schade vaak een hardere verdediging zoals schanskorven of breuksteen. Naarmate de rivier stroomafwaarts breder wordt stijgt het aandeel zachtere verdediging zoals natuurtechnische oeververdediging (perkoenpalen met gevlochten wijmen) of onbeschermde oeverzone.
Hoewel het nodig is om elke oeverzone in detail te bekijken, bevestigt het oeververdedingsadvies in grote lijnen de huidige breuksteenbestortingsstrategie. Meer dan 90% van de oevers waar breuksteen als oeververdediging wordt voorgesteld na schade is momenteel reeds bestort in de dwarssectie van het oevertransect met breuksteen. Toch zijn er optimalisaties mogelijk. Zones die momenteel heel frequent moeten onderhouden worden stemmen in grote mate overeen met zones die ‘te steil’ zijn voor een stabiele verdediging met breuksteen. De rivieroever is hier te smal geworden. De meest duurzame oplossing is om op deze locaties meer ruimte te voorzien voor de oeverzone. Indien dit niet mogelijk is zou een eenmalig ingreep door het plaatsen van schanskorven of het plaatsen van damwanden de nodige verdediging moeten voorzien. Ook werd, volgens de oeverdedigingscriteria, breuksteen gestort op locaties waar dit niet nodig is. 40% (7km) oeverzone die onbeschermd kan zijn werd in het verleden bestort met breuksteen. Op heel wat locaties zijn natuurtechnische oevers ook mogelijk als alternief voor breuksteen.
Een laatste hoofdstuk behandelt het aspect van risicobomen op de schorrand. Deze risicobomen kunnen bij erosie van het schor of na windval door storm in de vaarweg terecht komen en schade aan schepen veroorzaken. Op (zeer) smalle schorren kan door windval schade ontstaan aan de dijk door ontworteling van de boom of eventueel door beschadiging bij windval van de bovenste toplaag van de dijk. Enerzijds worden in het smallere deel van de Boven-Zeeschelde de locaties geïnventariseerd met hoge populieren op de schorrand. Anderzijds worden criteria voor risicobomen die steeds gekapt zouden moeten kunnen worden langsheen de vaarweg opgesteld.

EWI Biomedische wetenschappen

Onderzoeksoutput (gerelateerd via auteurs)
Winkelwagen
Toevoegen aan winkelwagen Opgeslagen in winkelwagen

Kopieer de tekst uit dit veld...

Documenten

Documenten

Relaties
Bekijk grafiek van relaties