Vlaanderen.be

Onderzoeksoutput

Libellen in noordwest-Vlaanderen: status, belang en behoud

Onderzoeksoutput: Bijdrage aan tijdschriftA3: Artikel in een tijdschrift zonder peer reviewOnderzoek

Auteurs

Details

Originele taal-2Nederlands
TijdschriftGomphus : mededelingsblad van de belgische libellenonderzoekers
Volume18
Tijschrift nummer1-2
Pagina's (van-tot)15-40
Aantal pagina's26
StatusGepubliceerd - 2002

Abstract

Samenvatting De regio noordwest-Vlaanderen kent een lange odonatologische traditie. Dit artikel behandelt historische en recente verspreidingsgegevens van de geobserveerde soorten (31 in totaal) en wil nagaan wat de belangrijkste gebieden voor libellen (soortenrijdom, zeldzaamheid) zijn. Gebieden werden geclusterd op basis van soortensamenstelling met behulp van TWINSPAN software. De divisieniveaus werden daarna gevisualiseerd in een GIS-omgeving. Op die manier konden we een idee krijgen over de bruikbaarheid van de indeling in ecodistricten bij de interpretatie van verspreidingspatronen van libellen in de regio. Het Houtland, een ecodistrict met pleistocene dekzanden, bleek meest soortenrijk. Het Rode dopheideveldje (Zevenkerke) staat aan kop met 22 waargenomen soorten. Drie rodelijst soorten werden in het Houtland waargenomen: Cordulia aenea, Leucorrhinia dubia and Coenagrion pulchellum. De laatste is vermoedelijk uitgestorven. In het ecodistrict “duinen” komt de kwetsbare Ischnura pumilio voor. Uit de analyse blijkt dat de indeling in ecodistricten mogelijks te verfijnd is om uitspraken te doen over verspreidingspatronen van libellen. Ten slotte worden enkele suggesties aangehaald voor het beheer en behoud van relevante soorten. Résumé Les libellules du nord-ouest de la Flandre: statut, importance et conservation. Le nord-ouest de la Flandre-Occidentale a une longue tradition odonatologique. Cet article discute la répartition historique et récente des espèces rencontrées (31 en total) et détermine les sites les plus importants (diversité d’espèces, rareté) pour les libellules. Les sites ont été groupés en fonction de leur composition en espèces en utilisant le logiciel TWINSPAN. Les divers niveaux de division ont ensuite été visualisés à l’aide d’un SIG (système d’information géographique) pour avoir une idée de la valeur des écodistricts dans l’interprétation de la distribution de libellules dans la région. Le district Houtland, une région de sables pléistocènes, présente la plus grande diversité d’espèces. Trois espèces de la Liste Rouge ont étés notées dans ce district: Cordulia aenea, Leucorrhinia dubia et Coenagrion pulchellum, cette dernière ayant probablement disparue. La lande protégée de Zevenkerke obtient le record de la région avec 22 espèces observées. Le district “dunaire” est important pour le vulnérable Ischnura pumilio. Il est suggéré que les écodistricts pourraient être trop détaillé pour interpréter la distribution de libellules. Enfin, quelques idées sont présentées pour le maintien et la gestion de populations d’ espèces sensibles.
Onderzoeksoutput (gerelateerd via auteurs)
Winkelwagen
Toevoegen aan winkelwagen Opgeslagen in winkelwagen

Kopieer de tekst uit dit veld...

Documenten

Documenten

Relaties
Bekijk grafiek van relaties