Vlaanderen.be

Onderzoeksoutput

Standplaatsvereisten voor het rivierhabitattype 3260 in Vlaanderen

Onderzoeksoutput: Bijdrage aan congresPoster

Standard

Standplaatsvereisten voor het rivierhabitattype 3260 in Vlaanderen. / Leyssen, An; Denys, Luc.

2013. Postersessie gepresenteerd op 10de Waterforum: Ecologisch herstel, van doelstellingen naar resultaat, Brussel, België.

Onderzoeksoutput: Bijdrage aan congresPoster

Harvard

Leyssen, A & Denys, L 2013, 'Standplaatsvereisten voor het rivierhabitattype 3260 in Vlaanderen', 10de Waterforum: Ecologisch herstel, van doelstellingen naar resultaat, Brussel, België, 23/09/13 - 23/09/13.

APA

Leyssen, A., & Denys, L. (2013). Standplaatsvereisten voor het rivierhabitattype 3260 in Vlaanderen. Postersessie gepresenteerd op 10de Waterforum: Ecologisch herstel, van doelstellingen naar resultaat, Brussel, België.

Author

Leyssen, An ; Denys, Luc. / Standplaatsvereisten voor het rivierhabitattype 3260 in Vlaanderen. Postersessie gepresenteerd op 10de Waterforum: Ecologisch herstel, van doelstellingen naar resultaat, Brussel, België.

Bibtex

@conference{9ce641858cdd4ac09c69401eea181a2d,
title = "Standplaatsvereisten voor het rivierhabitattype 3260 in Vlaanderen",
abstract = "De Europese Habitatrichtlijn beoogt de instandhouding van bedreigde natuurlijke leefmilieus en wilde flora en fauna. Het habitattype 3260, de ‘submontane - en laaglandrivieren met vegetaties behorende tot het Ranunculion fluitantis en het Callitricho-Batrachion’, is het enige zoetwaterhabitattype dat voorkomt in Vlaamse stromende wateren en wordt door deze richtlijn beschermd. Het wordt gekenmerkt door heterogene vegetaties met waterranonkels of bepaalde sterrenkrozen en fonteinkruiden in laaglandbeken en de Grensmaas. Een regionale verkenning geeft aan door welke omgevingskarakteristieken het voorkomen van habitattype 3260 zich onderscheidt van andere waterloopvegetaties en geeft meer inzicht in de voorwaarden om een gunstige status voor dit habitattype in Vlaanderen te bekomen.Hoewel habitatlocaties eerder geassocieerd zijn met een relatief beperkte graad van antropogene verstoring, zijn ze abiotisch niet scherp afgelijnd. Uit een veelheid van fysisch-chemische (www.vmm.be), morfologische en landgebruiksvariabelen blijken vooral fysisch-chemische variabelen (waaronder nutri{\"e}nten) de ontwikkeling te bepalen. Dimensionering van de waterloop speelt veeleer een rol op het vlak van de soortensamenstelling. Aangrenzend landgebruik vertoont geen beduidend verband. De huidige Vlaamse orthofosfaatnormen lijken voldoende om een verdere teloorgang van de actueel nog meest algemene kenmerkende soorten van habitattype 3260 te voorkomen voor riviertypen met kleinere stroomgebiedoppervlakten, maar bij grotere waterlopen stelt zich wellicht een probleem. De nitraatnormen daarentegen lijken onvoldoende kritisch te zijn voor alle waterlooptypen.",
author = "An Leyssen and Luc Denys",
year = "2013",
month = "9",
day = "23",
language = "Nederlands",
note = "10de Waterforum: Ecologisch herstel, van doelstellingen naar resultaat ; Conference date: 23-09-2013 Through 23-09-2013",
url = "http://www.integraalwaterbeleid.be/nl/kalender/10de-waterforum-ecologisch-herstel-van-doelstellingen-naar-resultaat",

}

RIS

TY - CONF

T1 - Standplaatsvereisten voor het rivierhabitattype 3260 in Vlaanderen

AU - Leyssen, An

AU - Denys, Luc

PY - 2013/9/23

Y1 - 2013/9/23

N2 - De Europese Habitatrichtlijn beoogt de instandhouding van bedreigde natuurlijke leefmilieus en wilde flora en fauna. Het habitattype 3260, de ‘submontane - en laaglandrivieren met vegetaties behorende tot het Ranunculion fluitantis en het Callitricho-Batrachion’, is het enige zoetwaterhabitattype dat voorkomt in Vlaamse stromende wateren en wordt door deze richtlijn beschermd. Het wordt gekenmerkt door heterogene vegetaties met waterranonkels of bepaalde sterrenkrozen en fonteinkruiden in laaglandbeken en de Grensmaas. Een regionale verkenning geeft aan door welke omgevingskarakteristieken het voorkomen van habitattype 3260 zich onderscheidt van andere waterloopvegetaties en geeft meer inzicht in de voorwaarden om een gunstige status voor dit habitattype in Vlaanderen te bekomen.Hoewel habitatlocaties eerder geassocieerd zijn met een relatief beperkte graad van antropogene verstoring, zijn ze abiotisch niet scherp afgelijnd. Uit een veelheid van fysisch-chemische (www.vmm.be), morfologische en landgebruiksvariabelen blijken vooral fysisch-chemische variabelen (waaronder nutriënten) de ontwikkeling te bepalen. Dimensionering van de waterloop speelt veeleer een rol op het vlak van de soortensamenstelling. Aangrenzend landgebruik vertoont geen beduidend verband. De huidige Vlaamse orthofosfaatnormen lijken voldoende om een verdere teloorgang van de actueel nog meest algemene kenmerkende soorten van habitattype 3260 te voorkomen voor riviertypen met kleinere stroomgebiedoppervlakten, maar bij grotere waterlopen stelt zich wellicht een probleem. De nitraatnormen daarentegen lijken onvoldoende kritisch te zijn voor alle waterlooptypen.

AB - De Europese Habitatrichtlijn beoogt de instandhouding van bedreigde natuurlijke leefmilieus en wilde flora en fauna. Het habitattype 3260, de ‘submontane - en laaglandrivieren met vegetaties behorende tot het Ranunculion fluitantis en het Callitricho-Batrachion’, is het enige zoetwaterhabitattype dat voorkomt in Vlaamse stromende wateren en wordt door deze richtlijn beschermd. Het wordt gekenmerkt door heterogene vegetaties met waterranonkels of bepaalde sterrenkrozen en fonteinkruiden in laaglandbeken en de Grensmaas. Een regionale verkenning geeft aan door welke omgevingskarakteristieken het voorkomen van habitattype 3260 zich onderscheidt van andere waterloopvegetaties en geeft meer inzicht in de voorwaarden om een gunstige status voor dit habitattype in Vlaanderen te bekomen.Hoewel habitatlocaties eerder geassocieerd zijn met een relatief beperkte graad van antropogene verstoring, zijn ze abiotisch niet scherp afgelijnd. Uit een veelheid van fysisch-chemische (www.vmm.be), morfologische en landgebruiksvariabelen blijken vooral fysisch-chemische variabelen (waaronder nutriënten) de ontwikkeling te bepalen. Dimensionering van de waterloop speelt veeleer een rol op het vlak van de soortensamenstelling. Aangrenzend landgebruik vertoont geen beduidend verband. De huidige Vlaamse orthofosfaatnormen lijken voldoende om een verdere teloorgang van de actueel nog meest algemene kenmerkende soorten van habitattype 3260 te voorkomen voor riviertypen met kleinere stroomgebiedoppervlakten, maar bij grotere waterlopen stelt zich wellicht een probleem. De nitraatnormen daarentegen lijken onvoldoende kritisch te zijn voor alle waterlooptypen.

M3 - Poster

ER -

Winkelwagen
Toevoegen aan winkelwagen Opgeslagen in winkelwagen

Kopieer de tekst uit dit veld...

Documenten

Documenten

Relaties
Bekijk grafiek van relaties